De I Tjing en Jung: synchroniciteit
In 1950 verscheen de Engelse editie van Richard Wilhelms vertaling van de I Tjing, en voorin stond iets opmerkelijks: een voorwoord van Carl Gustav Jung, een van de invloedrijkste psychiaters van de twintigste eeuw. Een gerespecteerd wetenschapper die zich openlijk achter een drieduizend jaar oud orakelboek schaarde: dat was nieuws. Het voorwoord gaf de I Tjing aanzien in het Westen, en het gaf ons een begrip dat sindsdien niet meer is weggegaan: synchroniciteit.
Een psychiater steekt zijn nek uit
Jung kende de I Tjing al sinds de jaren twintig. Hij experimenteerde er jarenlang mee, eerst met echte duizendbladstelen, later met munten, en raakte bevriend met Wilhelm, wiens Duitse vertaling in 1924 was verschenen. Toen na Wilhelms dood de Engelse vertaling van Cary Baynes gereed kwam, schreef Jung er een voorwoord bij, in het volle besef dat collega's hun wenkbrauwen zouden optrekken.
Hij doet er iets ontwapenends in: hij raadpleegt het boek zelf. Hij vraagt de I Tjing wat het vindt van zijn voornemen om het aan een westers publiek voor te stellen, en krijgt hexagram 50, De Spijspot: een ritueel vat vol voedsel, klaar om opgediend te worden. Jung leest het antwoord alsof het van een gesprekspartner komt, hoffelijk en met een eigen stem. Dat is geen naïviteit maar methode: hij wil van binnenuit laten zien hoe een raadpleging werkt.
Synchroniciteit: betekenisvol toeval
Westers denken zoekt oorzaken. A veroorzaakt B, en wat geen oorzaak heeft, betekent niets. Volgens Jung rust de I Tjing op een ander principe, en daar gaf hij een naam aan: synchroniciteit, een acausaal verband. Twee gebeurtenissen vallen samen in de tijd, ze veroorzaken elkaar niet, en toch dragen ze betekenis voor elkaar. Je denkt aan iemand die je jaren niet sprak, en diezelfde middag belt hij op. Niemand hoeft daar een oorzaak voor aan te wijzen om te merken dat het iets betekent.
Toegepast op het orakel: je vraag veroorzaakt de worp niet, en de worp veroorzaakt je situatie niet. Maar vraag, worp en moment vallen samen, en in het Chinese denken draagt elk moment een eigen kwaliteit. Wie de stelen telt, neemt als het ware een monster van het nu, met alles wat daarin meebeweegt. Het hexagram is dan geen voorspelling maar een foto van het moment waarin jij en je vraag zich bevinden.
De tekst als spiegel voor projectie
Je hoeft Jung niet tot in de metafysica te volgen om te begrijpen waarom hij het boek als psycholoog serieus nam. De teksten van de I Tjing zijn oud, beeldend en meerduidig; jouw vraag is nieuw en concreet. Wat je in de tekst herkent, komt dus voor een flink deel uit jezelf: je projecteert. In een krant is dat een probleem, hier is het de bedoeling. De tekst maakt zichtbaar wat je zelf meebrengt: je hoop, je angst, de knoop die je eigenlijk al had doorgehakt zonder het toe te geven.
Precies daarom nam Jung de raadpleging serieus als psychologisch instrument: het orakel vertelt je niet wat er gaat gebeuren, het laat zien waar jij staat. Wie gedachteloos werpt, krijgt een gedachteloze spiegel; een heldere, open vraag en rustige aandacht maken het verschil. Hoe je dat aanpakt, lees je in de I Tjing raadplegen.
Een nuchtere lezing voor nu
Moet je in synchroniciteit geloven om iets aan de I Tjing te hebben? Nee. Jung zelf hield de deur wijd open: de I Tjing biedt zich aan zonder bewijzen en zonder zendingsdrang, schreef hij, en wie er niets in ziet, kan het boek rustig laten liggen.
De nuchtere lezing gaat zo: het toeval van de worp legt een oude, wijze tekst voor je neer die je niet zelf hebt uitgekozen. Juist omdat die tekst niet op jouw situatie is toegesneden, moet je de verbinding zelf leggen, en in dat werk ga je je eigen situatie scherper zien. Of het moment "echt" iets weet, mag open blijven; het stilstaan is al winst. Wil je het ervaren, dan kun je online de stelen werpen, met dezelfde kansverdeling als de methode die Jung zelf gebruikte.
Veelgestelde vragen
- Wat is synchroniciteit?
- Synchroniciteit is Jungs naam voor betekenisvol toeval: een innerlijke toestand en een uiterlijke gebeurtenis vallen samen zonder elkaar te veroorzaken, en dragen toch betekenis voor elkaar. Hij noemde het een acausaal verbindend principe, een aanvulling op oorzaak en gevolg.
- Wat schreef Jung over de I Tjing?
- Jung schreef het voorwoord bij de Engelse Wilhelm-vertaling van 1950. Daarin raadpleegt hij het boek zelf, legt hij uit waarom het orakel psychologisch werkt, en introduceert hij synchroniciteit als het principe erachter.
- Moet je in synchroniciteit geloven om de I Tjing te gebruiken?
- Nee. De raadpleging werkt ook als puur psychologisch instrument: de tekst is een spiegel die je eigen projecties zichtbaar maakt. Jung schreef zelf dat het boek zonder bewijzen komt en dat wie er niets in ziet, het rustig kan laten liggen.
- Welk hexagram kreeg Jung in zijn voorwoord?
- Toen Jung de I Tjing vroeg wat het vond van zijn plan om het boek aan het Westen voor te stellen, kreeg hij hexagram 50, De Spijspot: een ritueel vat vol voedsel. Hij las het als een gunstig antwoord: het boek stond klaar om opgediend te worden.