Hexagram 27
De Mondhoeken
頤Yí
☶ Berg boven, ☳ Donder onder
Onder de stilstaande berg roert zich de donder, beweging onder rust zoals een onderkaak kauwt tegen een stille bovenkaak: zo vormen zij samen de open mond van de voeding.
Het OordeelDe mondhoeken: volharding brengt heil. Let op de voeding, en op datgene waarmee een mens zelf zijn mond zoekt te vullen. Aan wat iemand voedt en wat hij tot zich neemt, herken je wie hij is; wie het juiste in zichzelf voedt en zich met het juiste voedt, blijft op de rechte weg.
Het BeeldAan de voet van de berg de donder: het beeld van de voeding. Zo is de edele zorgvuldig in zijn woorden, en matig in eten en drinken. Wat de mond ingaat en wat de mond uitgaat: op die twee poorten staat dit hele hexagram. Beheer ze allebei, want door de ene voed je jezelf en door de andere voed je de wereld.
DuidingKijk naar de vorm van dit teken: twee sterke kaken, open ruimte ertussen, één grote open mond, en die mond omvat alles wat voeding is: eten, indrukken, media, gezelschap, gedachten, en de woorden waarmee jij anderen voedt. Het verschijnt wanneer de kwaliteit van wat je binnenkrijgt en wat je uitdeelt aandacht vraagt: waar leef je eigenlijk van, en wat geef je door? De toets is eenvoudig en meedogenloos: kijk een week eerlijk naar wat je binnenlaat en vraag bij alles of het voedt of alleen vult. En kijk naar wie je voedt: wie zorgt voor het lage in zichzelf, wordt laag; wie het hoge voedt, wordt hoog. Voeding is lot dat zich langzaam voltrekt.
Plaats in de reeksWat in 26, De Temmende Kracht van het Grote, verzameld en vastgehouden is, wil vervolgens gevoed worden om in leven te blijven; vandaar dit teken van de voeding. Het vormt een paar met 28 · Het Overwicht van het Grote.
Kernhexagram
Het kernhexagram van De Mondhoeken is 2 · Het Ontvangende: Draagkracht in plaats van duwkracht: wie volgt en dient in plaats van voor te gaan, vindt leiding en brengt alles tot bloei. Het wordt gevormd uit de binnenste lijnen en toont de verborgen kern van de situatie.
De zes lijnen
Deze teksten horen bij veranderende lijnen in een lezing, van onder naar boven.
Negen aan het begin
Je laat je magische schildpad los en kijkt naar mij met hangende mondhoeken:
onheil. Je hebt een eigen bron (talent, wijsheid, het vermogen jezelf te voeden) en je laat haar liggen om afgunstig naar andermans bord te staren. Vergelijken maakt arm: elke minuut jaloezie is een minuut niet geput uit eigen water. De schildpad in het beeld kon van lucht leven; jij kunt meer dan je gebruikt. Terug naar je eigen bron, vandaag nog.
Zes op de tweede plaats
Zich aan de top wenden om voeding, afwijken van de weg om voeding te zoeken op de heuvel:
doorgaan brengt onheil. Wie kan staan maar blijft leunen, verliest zijn veerkracht: steun zoeken hoort bij noodgevallen, niet bij het dagelijks menu. Structureel teren op de zorg, het geld of de goedkeuring van anderen holt je uit en maakt de gever tot gevangenis. Neem hulp aan wanneer het moet, en bouw ondertussen aan het vermogen jezelf te voeden.
Zes op de derde plaats
Afwijken van de voeding:
volharding brengt onheil; tien jaar lang handel zo niet, niets is bevorderlijk. Grijpen naar wat prikkelt maar niet voedt: sensatie, roes, leeg vermaak, en het went zo goed dat het een decennium kan kosten. Deze lijn is de hardste van het hexagram: verkeerde voeding als levensstijl verspilt niet dagen maar jaren. Als je merkt dat je steeds leger wordt van wat je consumeert, is dit het moment: stoppen, niet minderen.
Zes op de vierde plaats
Zich aan de top wenden om voeding brengt heil:
speurend rondzien als een tijger met onverzadigbaar verlangen: geen blaam. Dezelfde beweging als de tweede lijn, maar nu gerechtvaardigd: je zoekt hulp en helpers niet voor jezelf, maar voor je taak. Dan mag de honger groot zijn en de blik gretig: wie voor iets goeds werft, hoeft zich voor zijn verlangen niet te schamen. De maat is het doel: ambitie in dienst van iets dat groter is dan je eigen bord, is zuiver.
Zes op de vijfde plaatsheersende lijn
Afwijken van de weg:
volharding in het blijven brengt heil; het grote water mag men niet oversteken. Je weet dat je jezelf op dit gebied nog niet kunt voeden: je mist kennis, rijpheid of kracht, en je hebt leiding nodig. Dat erkennen en je laten voeden door wie meer weet, is hier de juiste weg, mits je erbij blijft. Alleen: begin in deze afhankelijke fase geen grote ondernemingen; eerst zelf sterk worden, dan pas het grote water.
Negen bovenaanheersende lijn
De bron van de voeding:
in besef van gevaar handelen brengt heil; het loont het grote water over te steken. Jij bent voeding voor anderen geworden: mensen leven van wat jij draagt, deelt en uitspreekt. Dat is een zegen met gewicht: wie velen voedt, moet zijn eigen bron dubbel bewaken en het gevaar van die rol blijven zien. Draag het bewust, zonder er een troon van te maken, en durf van daaruit het grote aan: wie werkelijk voedt, mag ver reiken.