De Tien Vleugels: commentaren die een orakel tot filosofie maakten
De Tien Vleugels (十翼, Shí Yì) zijn geen traktaat uit één hand. Het zijn klassieke commentaren bij de Zhouyi, de kerntekst van de I Tjing, samen ook het Yizhuan (易傳, "Commentaar op de Verandering") genoemd. Ze veranderden een orakelboek in een tekst over kosmologie, ethiek en zelfcultivering. Wie de I Tjing via Richard Wilhelm leest, leest die commentaren naar onze lezing vaak mee zonder ze als later commentaar te herkennen.
De naam belooft tien. Geteld worden ze traditioneel als zeven afzonderlijke geschriften, omdat drie ervan in een boven- en een onderdeel uiteenvallen: de Tuanzhuan, de Xiangzhuan en de Xici. Moderne filologen dateren die zeven teksten over een periode van de vijfde tot de tweede eeuw v.Chr. Het is geen samenhangend filosofisch werk, in één keer geschreven. Het zijn teksten van verschillende, onbekende auteurs, ontstaan over minstens drie eeuwen.
Zeven geschriften onder één naam
De 彖傳 Tuàn Zhuàn, met een boven- en onderhelft, commentarieert het "Oordeel" (guaci) van elk hexagram. Hij verklaart via de onderlinge verhouding van de twee trigrammen waarom een hexagram gunstig of ongunstig is. De 象傳 Xiàng Zhuàn werkt op twee schalen. Het "Grote Beeld" (大象 Dà Xiàng) duidt het hexagram als geheel via een natuurbeeld, bijvoorbeeld water boven de aarde. Het "Kleine Beeld" (小象 Xiǎo Xiàng) duidt elke afzonderlijke lijn.
De 繫辭傳 Xìcí Zhuàn, de "Aangehechte Woorden", heet ook de Grote Verhandeling (大傳 Dàzhuàn): twee essays over kosmologie, de oorsprong van de trigrammen en het gebruik van het orakel, los van één specifiek hexagram. Volgens Wikipedia is de 文言傳 Wényán Zhuàn, het "Commentaar op de Woorden", een gedetailleerd apart commentaar, maar alleen bij de eerste twee hexagrammen, Qián (1) en Kūn (2).
De 序卦傳 Xùguà Zhuàn geeft een doorlopend filosofisch verhaal voor waarom elk hexagram op het vorige volgt. De 說卦傳 Shuōguà Zhuàn koppelt elk van de acht trigrammen aan een familielid (vader, moeder, drie zonen, drie dochters), een windrichting, een lichaamsdeel, een dier en een natuurverschijnsel. De 雜卦傳 Zágùà Zhuàn zet in korte uitspraken paren van hexagrammen tegenover elkaar, in een eigen volgorde die afwijkt van de gangbare volgorde van koning Wen.
Eeuwen na de kerntekst
Volgens de sinoloog Edward Shaughnessy is de Zhouyi-kerntekst zelf, dus zonder de Tien Vleugels, samengesteld in het laatste kwart van de negende eeuw v.Chr., tijdens de regering van koning Xuan van Zhou (ca. 827-782 v.Chr.). Hij baseert die datering op bronzen inscripties. Dat is eeuwen vóór de commentaren.
De taal wijst dezelfde kant op. Volgens de encyclopediepagina over de I Tjing behoort de taal van de Tien Vleugels tot een latere taalfase, een voorloper van het Midden-Chinees, dan de Vroeg-Oud-Chinese taal van de Zhouyi-kerntekst. Een bamboestrip-vondst uit 1993 bevestigt volgens dezelfde pagina dat de Zhouyi al rond 300 v.Chr. in vrijwel zijn huidige tekstvorm door alle lagen van de Chinese samenleving werd gebruikt. Veel specialisten plaatsen volgens die pagina de Xici rond diezelfde tijd, ruim later dan de kerntekst. De precieze eeuw van de Xici blijft omstreden.
Volgens de Stanford Encyclopedia of Philosophy waren kerntekst en Tien Vleugels rond 135 v.Chr. tot één geheel samengevoegd, toen de Yi als keizerlijk erkende klassieker werd ingesteld. Leg je deze dateringen naast elkaar, dan valt op dat de filosofische laag aankwam terwijl het orakel al een voltooid boek was, in omloop tot in alle lagen van de samenleving. Onze lezing: de Vleugels zijn geen oorspronkelijk frame van de Zhouyi, maar een tweede boek dat aan het eerste is vastgegroeid, eerst in gebruik, daarna in de canon.
Confucius, Ouyang Xiu en de twijfel
De traditie schreef alle Tien Vleugels toe aan Confucius (Kǒngzǐ, 551-479 v.Chr.). Daarnaast leeft de voorstelling dat Confucius de I Tjing heeft geschreven of gedicteerd. Zelfs de traditionele opvatting koppelt hem alleen aan de commentaarlaag, niet aan de kerntekst, die traditioneel aan koning Wen en de hertog van Zhou wordt toegeschreven (elfde eeuw v.Chr.). En zelfs die commentaarlaag schrijft geen enkele hedendaagse sinoloog nog aan Confucius persoonlijk toe. Wel wordt aangenomen dat de tekst sterk door confucianistische kringen is gevormd.
Die toeschrijving berust volgens de encyclopediepagina over de I Tjing vermoedelijk op een verkeerde lezing van Sima Qians geschiedwerk Shiji (Historische Notities). De Xici bevat op meerdere plaatsen de formule 子曰 (zǐ yuē, "de Meester zei"), wat traditioneel als bewijs voor Confuciaanse betrokkenheid gold.
De eerste geleerde die de toeschrijving expliciet in twijfel trok, was Ouyang Xiu (歐陽修 Ōuyáng Xiū, 1007-1072), geleerde onder de Noordelijke Song. Zijn tijdgenoot Sima Guang (司馬光, 1019-1086) deelde volgens de encyclopediepagina over de Tien Vleugels vergelijkbare twijfels. De Qing-geleerden Yao Jiheng (姚際恆, 1647-1715) en Kang Youwei (康有為, 1858-1927) bundelden en verscherpten die twijfels verder, volgens dezelfde pagina.
Ouyang Xius eigen argument staat in 《易童子問》(Yì Tóngzǐ Wèn, "Vragen van een jongen over de Yi"): drie juan (卷), zevenendertig hoofdstukken, opgezet als dialoog tussen leraar en leerling. In het derde juan betoogt hij dat vijf van de Yizhuan-teksten, de Xici, het Wenyan, de Shuogua, de Xugua en de Zagua, niet uit één hand komen en dus niet als woorden van Confucius kunnen gelden. Tuanzhuan en Xiangzhuan beschouwt hij wel als "woorden van de wijze".
Zhu Xi (朱熹, 1130-1200) maakte in zijn commentaar een scherp onderscheid tussen de vierenzestig hexagrammen als "klassieke tekst" (jīng) en de Tien Vleugels als later "commentariaal materiaal" (zhuàn). Dat is een aanwijzing dat zelfs toen al een chronologisch onderscheid werd gevoeld. Dat wijst erop dat de voorstelling van Confucius als auteur twee dingen op één hoop gooit die de Chinese geleerdheid zelf al sinds de elfde eeuw uit elkaar haalt. Ouyang Xiu splitste de Vleugels naar auteurschap. Zhu Xi splitste kerntekst en commentaar naar genre. De taalfase bevestigt het tijdsverschil.
De Grote Verhandeling
De Xici geldt als de filosofisch belangrijkste van de Tien Vleugels. Hij bevat de kosmologische kernformule: het Opperste Uiterste (太極 Tàijí) brengt Yin en Yang voort, die de Vier Beelden voortbrengen, die op hun beurt de acht trigrammen voortbrengen. Hij benoemt ook de kernwoorden van het orakel. Bemoedigend zijn "gunstig" (吉 jí) en "geen blaam" (無咎 wújiù). Waarschuwend zijn "rampspoed" (凶 xiōng), "blaam" (咎 jiù), "spijt" (悔 huǐ) en "berouw" (吝 lìn).
Een zijden manuscriptversie van de Xici, gevonden in 1973 in graf 3 van Mawangdui bij Changsha (gesloten in 168 v.Chr.), wijkt op onderdelen af van de later overgeleverde tekst. Bij die vondst hoort een Yizhuan-bundel van meerdere teksten (《要》 Yào, 《二三子問》 Èr Sān Zǐ Wèn, 《衷》 Zhōng, 《繆和》 Miù Hé, 《昭力》 Zhāo Lì) die niet allemaal even oud zijn. Volgens een bespreking van die bundel is 《二三子問》 vermoedelijk de oudste (vroeg tot midden Strijdende Staten), en zijn 《繆和》 en 《昭力》 de jongste (laat Strijdende Staten).
Het manuscript 《要》, onderdeel van het bij Mawangdui gevonden zijden Yizhuan, bevestigt de uitspraak "孔子老而好《易》": Confucius kreeg pas op late leeftijd voorliefde voor de Yi. En "居則在席,行則在橐": hij had het thuis naast zijn zitmat liggen en nam het onderweg mee in zijn reistas. Dat loopt parallel aan de latere formulering in het Shiji. Datzelfde manuscript laat Confucius zeggen: "《易》,我後其祝卜矣,我觀其德義耳也". Wat de Yi betreft, het wichelen stel ik op de tweede plaats, ik let vooral op de morele betekenis. Dat is het kernargument waarmee latere Ru-geleerden de Yizhuan als moreel-filosofisch, en dus als confucianistisch geïnspireerd, verantwoorden.
Onze lezing: ook de commentaren uit Mawangdui zijn een stapel van ongelijk oude teksten. Dat maakt het aannemelijk dat ook de Tien Vleugels in het klein herhalen wat de keizerlijke canon rond 135 v.Chr. in het groot deed: ongelijke geschriften tot één klassieker maken.
Confucianistisch of daoïstisch
Of die morele lezing de Yizhuan tot een confucianistische tekst maakt, is op het Chinese vasteland een levend dispuut, geen randverschijnsel.
Chen Guying (陳鼓應 Chén Gǔyīng) betoogt in 《易傳與道家思想》 ("De Yizhuan en het Daoïstische denken", eerste druk 1993, herziene vasteland-editie 2007) tegen de gangbare, tweeduizend jaar oude opvatting. Volgens hem stamt de Yizhuan (Tuanzhuan, Xiangzhuan, Wenyan, Xici, Shuogua en Xugua) qua kosmologie, kernbegrippen en terminologie uit de daoïstische traditie, niet uit de confucianistische. Als bewijs wijst hij onder meer op vroege confucianistische bamboeteksten uit Guodian en het Shanghai Museum, die wel de Shijing en de Shujing prijzen maar de Yi nauwelijks noemen, en op het Xici-manuscript van Mawangdui, dat hij het oudst overgeleverde daoïstische exemplaar van die tekst noemt. Hij publiceerde de stelling al in 1990 in 《哲學研究》. Chen zelf benadrukt dat zijn stelling voortkomt uit een breder, en zelf ook omstreden, argument: dat het daoïsme "de hoofdstroom" van de Chinese filosofie zou zijn.
Lin Zhongjun (林忠軍), hoogleraar aan het Centrum voor Yi-studies en Klassieke Chinese Filosofie van Shandong-universiteit, weerlegt Chen Guying expliciet in 《人文雜誌》 (2022, nr. 5). Volgens hem blijft de Yizhuan fundamenteel confucianistisch omdat ze morele "deugd" (德 dé) tot uitgangspunt van de Yi-uitleg maakt, in lijn met Confucius' eigen "求其德"-uitspraak uit het Mawangdui-manuscript, ook al leent ze daoïstisch vocabulaire voor haar kosmologie ("hemelweg"). De meerderheid van de vakgemeenschap op het vasteland houdt vast aan een overwegend confucianistische lezing met daoïstische invloeden. Dat is de stand van het dispuut, geen vonnis.
Leg je Chen naast Lin, dan valt op dat ze uit dezelfde vondst verschillend materiaal kiezen: Chen het Xici-manuscript en de kosmologie, Lin de deugd-uitspraak uit 《要》. Onze lezing: de ruzie gaat minder over wie de Vleugels schreef dan over welk stuk uit dezelfde Mawangdui-vondst men tot het midden van het boek maakt.
Wie de Vleugels wel schreef, blijft open. Een artikel in het 《四川大學學報》 (Journal of Sichuan University, sociale wetenschappen, 2011 nr. 1, blz. 17-24, door Liu Yanggang, Pan Yuzhou en Liu Changming) plaatst het merendeel van de Yizhuan-teksten tussen Mencius en Xunzi enerzijds en Sima Qian anderzijds, met als voorgestelde volgorde Xici, Wenyan, Tuanzhuan, Xiangzhuan, Xugua, Shuogua, Zagua. Shuogua zou van vroeg-Han-waarzeggers zijn, Zagua van Han-geleerden na keizer Wu, de rest overwegend van volgelingen van de school van Zixia, van de late Strijdende Staten tot de vroege Han. Dat is één reconstructie. Ouyang Xiu groepeerde op auteurschap, niet op chronologie. De twee vragen vallen niet samen, en de bronnen spreken elkaar deels tegen.
Het vak heeft op het vasteland een eigen tijdschrift: 《周易研究》(Zhōuyì Yánjiū), het enige gespecialiseerde academische tijdschrift over Yi-studies, in 1988 opgericht door Liu Dajun (劉大鈞) aan Shandong-universiteit. Aanvankelijk een kwartaalblad, sinds 2002 tweemaandelijks, met vaste rubrieken als geschiedenis van de Yi-studie, commentaar-onderzoek en opgegraven Yi-teksten.
Hoe Wilhelm de Vleugels weefde
Doordat latere commentatoren als Zhu Xi hun hele filosofische lezing van de Yi op de Tien Vleugels baseerden, werd het orakelboek stap voor stap tot een tekst over ethiek, kosmologie en zelfcultivering herlezen. Onze lezing: de westerse lezer erft die herlezing vooral via Richard Wilhelm.
Volgens een toelichting op de Wilhelm-Baynes-editie week Wilhelms Duitse vertaling van 1924 af van eerdere westerse vertalingen door delen van de Tien Vleugels rechtstreeks te verweven in de bespreking van elk hexagram: Oordeel, Tuanzhuan en Beeld (Xiangzhuan) ineen, in plaats van ze apart te presenteren. De twee Xici-essays, de Xugua en de Zagua plaatste hij apart in latere delen van zijn boek, voorzien van eigen commentaar. Hij liet zich daarbij adviseren door zijn Chinese leraar Lao Naixuan (劳乃宣), een neoconfucianistisch geleerde.
Leg je Wilhelms bladspiegel naast Ouyang Xius splitsing, dan valt op dat Wilhelm precies de twee Vleugels in elk hexagram weeft die Ouyang nog "woorden van de wijze" noemde, en dat hij van de vijf die Ouyang van Confucius wegtrok er minstens drie, de Xici, de Xugua en de Zagua, naar achteren schuift. Over Wenyan en Shuogua zegt onze bron niets. Dat is geen bewijs dat Wilhelm Ouyang volgde. Onze lezing: de westerse lezer van Wilhelm ontmoet de Vleugels eerst als stem van het hexagram zelf. Het onderscheid tussen jīng en zhuàn dat Zhu Xi scherp hield, is in Wilhelms hexagramteksten juist niet meer te zien.
Joseph A. Adler gaf in 2022 met The Yijing: A Guide (Oxford University Press, verschenen 18 februari 2022 in de reeks Guides to Sacred Texts) een actuele Engelstalige inleiding die de interpretatiegeschiedenis van de Yijing, inclusief de Tien Vleugels, van het eerste millennium v.Chr. tot nu samenvat. Het boek is in 2023 besproken in Religious Studies Review. De Vleugels blijven de laag waardoor een orakel als filosofie wordt gelezen: in China als levend dispuut, in het Westen meestal als de vanzelfsprekende stem van de tekst.
Bronnen
- Ten Wings, voor de zeven geschriften, de telling als tien, en de traditionele toeschrijving
- Stanford Encyclopedia of Philosophy: Chinese Philosophy of Change, voor de samenvoeging rond 135 v.Chr., de datering over eeuwen, Zhu Xi's onderscheid tussen jīng en zhuàn, en de herlezing als ethiek en kosmologie
- I Ching, voor de taalfase, Shaughnessy, de bamboevondst uit 1993, de Xici rond 300 v.Chr., en de verkeerde lezing van het Shiji
- Xici, voor de zijden manuscriptversie uit graf 3 van Mawangdui
- Wenwanggua, voor de beperking van het Wenyan tot Qián en Kūn
- Bagua, voor de kosmologische kernformule van Taiji tot de acht trigrammen
- 《易童子問》 [Vragen van een jongen over de Yi], voor Ouyang Xius splitsing van vijf Vleugels tegen Tuanzhuan en Xiangzhuan
- 《要》(Mawangdui) [het manuscript over Confucius' late voorliefde voor de Yi], voor de reistas, de late voorliefde, en het voorrang geven aan morele betekenis
- 中国社会科学网 over de Mawangdui-Yizhuan-bundel, voor de ongelijke ouderdom van 《二三子問》, 《繆和》 en 《昭力》
- 《易傳與道家思想》 [De Yizhuan en het Daoïstische denken], voor Chen Guyings daoïstische lezing van de Yizhuan
- 林忠軍 in 《人文雜誌》, 2022 nr. 5 [Lin Zhongjun in Renwen Zazhi, 2022 no. 5], voor de confucianistische weerlegging vanuit 德 en "求其德"
- Liu Yanggang, Pan Yuzhou en Liu Changming in 《四川大學學報》, 2011 nr. 1, voor de voorgestelde ontstaansvolgorde van de Yizhuan-teksten
- 《周易研究》 [Zhouyi-studies], voor het vastelandse vakblad van Liu Dajun aan Shandong-universiteit
- I Ching Navigation: the Wilhelm-Baynes Edition, voor Wilhelms verweven van Tuanzhuan en Xiangzhuan en het apart plaatsen van Xici, Xugua en Zagua
- The Yijing: A Guide, voor Adlers recente overzicht van de interpretatiegeschiedenis
- Religious Studies Review (2023), voor de bespreking van Adlers gids