Zijde uit Mawangdui: de I Tjing voordat er één volgorde was
In december 1973 werd bij Changsha, in de provincie Hunan, graf nummer 3 van Mawangdui (马王堆) opgegraven. Het graf was in 168 v.Chr. gesloten en behoorde aan een lid van de familie van de markies van Dai. In een gelakte kist lagen teksten op zijde (帛, bó). Daaronder bevond zich een manuscript van de Zhouyi (周易) dat toen het oudst bekende was, de kern van wat later de I Tjing is gaan heten.
Volgens het overzicht van het manuscript op Biroco is de kopie met inkt op zijde geschreven en te dateren op ongeveer 175-180 v.Chr., enkele jaren vóór de sluiting van het graf. Dezelfde bron stelt dat het manuscript ongeveer 350 jaar ouder is dan elk eerder bekend afschrift. De verzameling zijdeteksten uit graf 3 is uitgeroepen tot nationaal cultuurgoed van de eerste klasse (国家一级文物). Het Hunan Museum (湖南博物院) meldt dat de zijden Zhouyi in een gelakte doos lag, en dat de bundel in 2013 is geplaatst op de derde lijst van voor uitvoer verboden tentoonstellingsobjecten (第三批禁止出境展览文物目录).
Dat klinkt als een definitieve tekst. Het is het niet.
Acht groepen van acht
De 64 hexagrammen staan in de Mawangdui-tekst in een heel andere volgorde dan in de bekende King Wen-volgorde. De indeling is opgebouwd uit acht groepen van acht. Binnen elke groep, een octet, hebben alle hexagrammen hetzelfde bovenste trigram.
De acht groepen dragen eigen namen, die niet de gangbare trigramnamen zijn: 鍵 (Jiàn), 川 (Chuān), 根 (Gēn), 奪 (Duó), 贛 (Gàn), 羅 (Luó), 辰 (Chén) en 筭 (Suàn). Ze corresponderen met Qián 乾, Kūn 坤, Gèn 艮, Duì 兌, Kǎn 坎, Lí 離, Zhèn 震 en Xùn 巽.
Het eerste hexagram van het manuscript is de verdubbeling van het Qian-trigram. In Mawangdui heet het Jiàn (鍵/键), ongeveer "de sleutel" of "de spil". In het gangbare boek is datzelfde teken Qián 乾, "het hemelse": hexagram 1. Ook Kun 坤, "het aardse", heet volgens een Chinese samenvatting van de vaktekst anders: Chuān 川, "rivier" of "stromend water".
Welk hexagram het 64e en laatste van de volledige reeks is, laat zich uit de beschikbare bronnen niet eenduidig vaststellen. Secundaire overzichten van de octetstructuur spreken elkaar op dat punt tegen.
Over de logica achter deze volgorde bestaat geen consensus. De Chinese geleerde Liu Dajun (刘大钧) heeft betoogd dat ze verwant is aan de latere "Acht Paleizen"-volgorde (八宫) van Jing Fang (京房, 77-37 v.Chr.). Sinoloog Richard Rutt opperde dat de Mawangdui-volgorde vooral een praktische vindorde kan zijn geweest: opzoeken via het bovenste trigram, zonder diepere filosofische boodschap. Een Chinese blogpost die de vaktekst samenvat, noemt het rooster "een soort regelmatige schoonheid" (一種規則之美) die geen verklarend commentaar nodig heeft, anders dan de latere Xugua-vleugel. In de King Wen-volgorde vormen hexagrammen paren op basis van omkering of spiegeling van de lijnen. Die logica ontbreekt in Mawangdui, waar het bovenste trigram de indeling bepaalt.
Onze lezing: de twee verklaringen hoeven elkaar niet uit te sluiten. Een praktische vindorde kan tegelijk een zichtbare regelmaat hebben gehad die geen uitleg nodig had. De volgorde van koning Wen mist zo'n zichtbaar rooster en kreeg later wel een eigen commentaar, de Xugua. Dat wijst erop dat de diepere betekenis van een volgorde soms pas ontstaat wanneer de volgorde zelf niet meer vanzelf spreekt.
Andere namen, grotendeels dezelfde tekst
Het is niet waar dat de Mawangdui-tekst "de oorspronkelijke, ware I Tjing" is die de latere traditie zou hebben verdraaid. Het is een van meerdere, onderling verschillende manuscripttradities uit de Han- en pre-Han-periode, niet per definitie de oudste of de meest gezaghebbende.
Het is evenmin zo dat het manuscript een geheel andere inhoud of filosofie zou bevatten. De kernhexagramteksten volgen grotendeels dezelfde formuleringen. De verschillen zitten vooral in karaktergebruik, namen en volgorde. Toch is het aantal afwijkingen niet klein. Volgens het overzicht van het manuscript op Biroco verschillen ongeveer 560 karakters, zo'n 12 procent van het leesbare materiaal, tussen Mawangdui en de gangbare tekst. Er is geen vast patroon gevonden dat al die afwijkingen verklaart. Het gaat om een mengeling van leenkarakters, dialectverschillen en fouten bij het overschrijven.
Leg je dit naast de namen Jiàn en Chuān, dan valt op dat het kosmische paar hemel en aarde in dit manuscript nog niet de vanzelfsprekende titels levert van de twee hexagrammen waarmee het gangbare boek opent. De Mawangdui-namen klinken concreter: een sleutel, een rivier. Het kan om leenkarakters gaan, zoals bij veel van de 560 afwijkingen; dan zegt de naam niets over de betekenis. Dragen de namen wel betekenis, dan wijst dat erop, denken wij, dat de metafysische lezing van die tekens als hemel en aarde een latere, of in elk geval niet de enige, laag is.
De commentaren in de kist
Bij het Zhouyi-manuscript lagen zes voorheen onbekende of slechts ten dele bekende begeleidende teksten, de bóshū Yìzhuàn (帛书易传): Ersanzi wen (二三子問, gesprekken met Confucius), Xìcí (系辞, een variant van de bekende Grote Verhandeling), Yì zhī yì (易之义), Yào (要, "het essentiële"), Mù Hé (缪和) en Zhāo Lì (昭力).
De Xici in Mawangdui is niet de ontvangen Xici. Volgens de overzichtsliteratuur over de zijdeteksten ontbreken sommige passages, en wijkt de volgorde van stukken tekst af. Dat wijst erop, denken wij, dat de Tien Vleugels hier nog geen vaste krans om het orakel waren.
De tekst Yào bevat volgens Shaughnessy's eerste lezing een dialoog waarin Confucius zijn late belangstelling voor de Yi verdedigt tegenover een leerling die vindt dat een edele man zich niet met waarzeggerij zou moeten inlaten. Dat is geen bewijs dat Confucius de historische auteur van de commentaren is. Onze lezing: het is een vroeg, in zijde bewaard argument dat het orakel en de edele man bij elkaar hoorden. Dat het in een graf uit 168 v.Chr. lag, wijst erop dat die koppeling toen al verdedigd moest worden.
Wat Chinese geleerden sindsdien hebben gedaan
Zhang Zhenglang (张政烺, 1912-2005), geboren in Rongcheng in Shandong, hoogleraar aan Peking University vanaf 1946 en vanaf 1966 onderzoeker bij het Instituut voor Geschiedenis van de Chinese Academie van Wetenschappen, was in de jaren zeventig zelf betrokken bij de ordening van de Mawangdui-bamboe- en zijdeteksten.
De volledige Chinese wetenschappelijke publicatie van het manuscript, volgens de overzichtsliteratuur nog altijd niet compleet, verscheen pas in 1993, twintig jaar na de opgraving. Edward L. Shaughnessy van de University of Chicago publiceerde in 1994 een eerste artikel, "A First Reading of the Mawangdui Yijing Manuscript", in Early China 19. In 1996/1997 volgde de eerste volledige Engelse vertaling: I Ching: The Classic of Changes, the First English Translation of the Newly Discovered Second-Century B.C. Mawangdui Texts (Ballantine Books, 350 pagina's).
In 2014, veertig jaar na de opgraving, verscheen de eerste editie van de 长沙马王堆汉墓简帛集成 (Verzamelde bamboe- en zijdeteksten uit de Han-graven van Mawangdui te Changsha). In augustus 2024 verscheen een grondig herziene, zevendelige heruitgave, georganiseerd door prof. Liu Zhao (刘钊) van het Centrum voor Onderzoek naar Opgegraven Teksten en Paleografie van de Fudan-universiteit (复旦大学出土文献与古文字研究中心). Die herziene editie bevat bijna duizend correcties ten opzichte van 2014 en herschreef meerdere teksten, waaronder de twee Laozi-versies, volledig op basis van ruim 230 nieuw geïdentificeerde fragmenten.
Volgens Renmin Ribao (人民日报) waren in 2024 al 948 Mawangdui-objecten in hoge resolutie gedigitaliseerd: 7779 foto's en 285 3D-modellen, met als doel uiteindelijk 100 procent van de vondst, inclusief fragmenten. Het Hunan Museum richtte in augustus 2024, bij de vijftigste verjaardag van de voltooiing van de opgraving, het Mawangdui Yanjiuyuan (马王堆研究院) op als open platform, met samenwerkingsovereenkomsten met zes instellingen, waaronder de Hong Kong University of Science and Technology en de Dunhuang Academy. Baidu Baike wijst erop dat de kwaliteit van het bewaarde zijde per rol verschilt: sommige stukken zijn ernstig verbrokkeld.
Dat wijst erop, denken wij, dat het Westerse beeld van de Mawangdui-I Tjing lange tijd heeft geleund op een vertaling uit 1996/1997, gemaakt kort nadat de Chinese wetenschappelijke uitgave eindelijk verscheen, terwijl de Chinese tekstkritiek op de Mawangdui-teksten als geheel daarna nog bijna duizend correcties en ruim tweehonderd nieuwe fragmenten heeft ingewerkt. Hoeveel daarvan de Zhouyi raken, en of de vertaling sindsdien is herzien, konden wij niet nagaan. Onze lezing: wie de uitgave van 1996/1997 leest, leest een belangrijke eerste brug, niet vanzelf de stand van 2024.
Andere graven, andere boeken
Mawangdui staat niet alleen. De vondsten erna laten zien hoe weinig het boek in de Han- en pre-Han-tijd één ding was.
In 1977 werden in Fuyang (阜阳), Anhui, in het Han-graf van de tweede markies van Ruyin (汝阴侯), overleden in het vijftiende regeringsjaar van keizer Wen (165 v.Chr.), meer dan 9000 bamboefragmenten gevonden. Daaronder lagen resten van een Zhouyi-exemplaar met een afwijkende notatie voor yin-lijnen. Het opgravingsverslag verscheen in 1978 in het tijdschrift Wenwu (文物), nummer 8.
Vanaf mei 1994 kocht het Shanghai Museum (上海博物馆) op de Hongkongse antiekmarkt in totaal ruim 1700 bamboestroken uit het Chu-gebied. Koolstofdatering wijst op het late Strijdende Staten-tijdperk, met het graf van herkomst rond 300 v.Chr. Onder de teksten bevindt zich een Zhouyi-exemplaar dat in december 2003 werd gepubliceerd, in deel 3 van de reeks 上海博物馆藏战国楚竹书. Destijds gold dat fragment als het oudst bekende Zhouyi-tekstfragment.
In 1993 werden bij Wangjiatai (王家台) in Hubei, bij het graven van een visvijver, Qin-bamboestrips gevonden met daarop de Guicang (归藏, 归藏易): een tot dan toe alleen uit citaten bekende, andere waarzegtekst, met een eigen hexagramvolgorde en eigen namen. Het gaat om 164 genummerde en zo'n 230 ongenummerde stroken, samen ongeveer 4000 tekens, met 53 of 54 verschillende hexagramnamen. In de Guicang-versie van hexagram Guimei (歸妹) staat volgens Chinese samenvattingen van die stroken een vroege versie van de latere maan-mythe van Chang'e. De tekst vertelt dat Heng'e (恒我/姮娥, later Chang'e 嫦娥) het onsterfelijkheidselixer van de Koningin-Moeder van het Westen stal, ernaar liet waarzeggen door You Huang, een gunstig teken kreeg, naar de maan vluchtte en daar in een pad veranderde.
Na 2008 verwierf de Tsinghua-universiteit (清华大学) de Tsinghua-bamboestrips (清华简), eveneens via de kunstmarkt, uit een geplunderd Chu-graf. Ze bevatten onder meer de tekst Shìfǎ (筮法, waarzegmethode): 63 stroken, in 2013 gepubliceerd, met 114 genoteerde numerieke hexagrammen opgebouwd uit de zes cijfers 一, 四, 五, 六, 八 en 九. Daarnaast staat er een tekst Biégùa (别卦) met een eigen, weer andere hexagramvolgorde.
Wie de lijn van orakelbotten naar hexagrammen volgt, treft hier geen sluitstuk maar een splitsing. Zhouyi, Guicang en de Tsinghua-volgorde bestonden naast elkaar. Er is geen eensluidend antwoord op de vraag welke volgorde (King Wen, Mawangdui, of die van de Tsinghua-strips) de oudste onderliggende indeling weerspiegelt. De vondsten laten juist zien dat er meerdere, gelijktijdig bestaande volgordes waren.
Leg je de Chang'e-mythe in de Guicang naast de Confucius-dialoog in Yào, dan valt op dat mythe en moreel argument in dezelfde eeuwen allebei in waarzegteksten thuis waren, zij het in verschillende boeken. Onze lezing: de latere scheiding tussen filosofische klassieker en volksverhaal is een leesgewoonte die deze vondsten nog niet kennen.
Bronnen
- Mawangdui Silk Texts, voor de opgraving van 1973, de zes begeleidende teksten en de late Chinese publicatie van 1993
- The Mawangdui Yijing, voor de datering 175-180 v.Chr., de voorsprong van 350 jaar, de 560 afwijkende karakters en Shaughnessy's vertaling
- Hexagram Orderings, voor de octetstructuur en de indeling in acht groepen van acht
- King Wen sequence, voor de omkerings- en spiegelingslogica van de King Wen-volgorde
- The Sequence of Hexagrams, voor Rutts voorstel van een praktische vindorde
- A First Reading of the Mawangdui Yijing Manuscript, voor Liu Dajun over de Acht Paleizen en de Confucius-dialoog in Yào
- 马王堆帛书周易 [De zijden Zhouyi van Mawangdui], voor de gelakte doos, het predicaat 国家一级文物 en de uitvoerlijst van 2013
- 马王堆帛书周易 [De zijden Zhouyi van Mawangdui], voor de wisselende staat van het zijde, tot ernstig verbrokkelde rollen
- Pixnet-samenvatting van de Mawangdui-hexagramvolgorde, voor de acht groepsnamen en de formule 一種規則之美
- 长沙马王堆汉墓简帛集成 [Verzamelde bamboe- en zijdeteksten uit de Han-graven van Mawangdui te Changsha], voor de zevendelige uitgave van 2024 onder Liu Zhao, de bijna duizend correcties en de 230 nieuwe fragmenten
- 人民日报 [Renmin Ribao], 19 september 2024, voor de digitaliseringscijfers van 948 objecten, 7779 foto's en 285 3D-modellen
- 人民日报海外版 [Renmin Ribao, overzeese editie], 20 augustus 2024, voor het Mawangdui Yanjiuyuan en de samenwerking met zes instellingen
- 上海博物馆藏战国楚竹书 [Chu-bamboeteksten in het Shanghai Museum], voor de aankoop vanaf 1994 en de Zhouyi-publicatie van december 2003
- 清华简 [Tsinghua-bamboestrips]: 筮法 Shìfǎ, voor de 63 stroken, de 114 numerieke hexagrammen en Biégùa
- Wangjiatai en de Guicang (Zhihu), voor de omvang van de Guicang-vondst en het aantal hexagramnamen
- Heng'e in de Guicang-versie van Guimei (Zhihu), voor de vroege maan-mythe in die stroken
- 张政烺 [Zhang Zhenglang], voor zijn loopbaan en zijn aandeel in de ordening van de Mawangdui-teksten
- 阜阳双古堆汉墓 [De Han-graven van Shuanggudui te Fuyang], voor het graf van de tweede markies van Ruyin en de Zhouyi-fragmenten van 1977