Wat Cage en Dick de I Tjing lieten doen
In 1951 voltooide John Cage een pianowerk waarin hij de keuze tussen klanken niet zelf wilde maken. Elf jaar later verscheen The Man in the High Castle, een roman waarvan Philip K. Dick de wendingen evenmin zelf wilde bedenken. Beide mannen grepen naar hetzelfde boek: de Wilhelm/Baynes-vertaling van de I Tjing, in 1950 verschenen in de Bollingen-reeks. Wat ze ermee deden, liep uiteen.
Dat is geen anekdote over twee eenlingen. In de jaren daarna duikt de I Tjing op bij George Harrison, dezelfde vertaling bij Bob Dylan, en Wilhelms Duitse tekst een generatie eerder al bij Hermann Hesse. De I Tjing werd in het Westen een werktuig. Wat dat werktuig wel en niet deed, wordt duidelijker als Chinese bronnen naast het gebruikelijke westerse verhaal liggen.
Music of Changes, 1951
Christian Wolff was zestien toen hij Cage begin jaren vijftig een tweedelig Engelstalig exemplaar cadeau gaf. Wolff was geboren op 8 maart 1934, leerling van Cage, zoon van Kurt en Helen Wolff. Zij waren Duitse emigré-uitgevers die na hun vlucht voor het fascisme in de Verenigde Staten mede Pantheon Books oprichtten. Pantheon bracht de Bollingen-reeks uit waarin die vertaling verscheen. Het boek kwam dus niet via een Chinese leraar binnen, maar via de familie van wie de uitgeverij het had uitgebracht.
Cage kende pianist David Tudor sinds 1950, via componist Morton Feldman. Music of Changes is aan Tudor opgedragen. Voor het werk maakte Cage tabellen van 8 bij 8 cellen met klanken, klankduren, dynamiek en tempo. Volgens het Chinese muziekplatform 新芭网 (Xīnbā Wǎng, sin80.com) wierp hij drie munten om een van de 64 hexagrammen te krijgen, en wees dat hexagram een positie in de tabellen aan. Dat is munten, niet duizendbladstelen.
Een nuance die de Engelstalige Wikipedia wel geeft: Cage componeerde de klankmaterialen zelf vooraf. Het toeval bepaalde niet de noten uit het niets. Het bepaalde welke van de vooraf gemaakte bouwstenen op welk moment klonk. De mythe dat de I Tjing de muziek verzón, houdt geen stand.
De vier boeken werden na elkaar voltooid: Boek I op 16 mei, Boek II op 2 augustus, Boek III op 18 oktober en Boek IV op 13 december 1951. Volgens Wikipedia kreeg Boek I op 5 juli 1951 een eerste, besloten uitvoering. Het complete werk klonk voor het eerst op 1 januari 1952, gespeeld door Tudor. Het geldt als Cage's eerste instrumentale werk waarin toeval het hele compositieproces stuurt. Vanaf 1951, schrijft biroco.com, werd de I Tjing een vast onderdeel van zijn methode.
Volgens de Seattle Artist League zag Cage chance operations als een manier om zijn eigen smaak en wil als componist opzij te zetten, zodat klanken zichzelf konden zijn in plaats van uitdrukking van de componist.
Wat Chinese bronnen anders vertellen
新芭网 legt uit dat bij 变化的音乐 (Music of Changes, 1951) toonhoogte, duur en klankkleur niet van de componist zelf kwamen, maar via herhaald muntwerpen aan de hand van de 64 hexagrammen, in het Chinees 卦象 (guàxiàng), van de 易经 (Yìjīng). De subjectieve intentie van de componist deed er, in die formulering, niet toe.
Dezelfde bron zet Cage's fascinatie naast daoïstisch denken, met name Laozi's 大音希声 (dà yīn xī shēng), de grote klank is nauwelijks hoorbaar, als filosofische achtergrond van werken als 4'33". Het populairwetenschappelijke platform 这就是历史 (Zhè jiù shì lìshǐ, allhistory.com) noemt het stuk Cage's eerste aleatorische compositie en beschrijft hoe hij de 64 hexagrammen vertaalde naar 64 muzikale patronen van klank, duur en klankkleur, waarna muntworpen bepaalden welk patroon aan de beurt kwam.
Een Chinese kunst-encyclopedie op artda.cn plaatst de kennismaking met Aziatische filosofie in de jaren veertig, toen Cage aan Black Mountain College lezingen bijwoonde van de Japanse zenboeddhist D.T. Suzuki, en verbindt dat met zowel de Yijing als het zenbegrip 空 (kōng, leegte) in latere werken.
Die Chinese populariserende bronnen noemen opvallend consequent dat Cage beïnvloed is door de traditionele Chinese cultuur, en zetten de Yijing neer als Chinese verdienste tegenover de westerse avant-garde. Dat frame komt in Engelstalige musicologische teksten zelden zo expliciet voor. Onze lezing: het heeft een licht promotioneel karakter en is geen neutraal wetenschappelijk oordeel.
Leg je dit naast het westerse verhaal, dan valt op dat beide kanten een stuk weglaten. In wat wij uit de Chinese stukken hebben, komen Wolff, Pantheon en de emigré-uitgevers niet voor; in wat wij uit de westerse stukken hebben, ontbreekt Laozi. Wat hij in handen kreeg was een Amerikaans-Engelse uitgave van een Duitse vertaling, aangeboden door de zoon van de uitgevers.
De I Tjing als plotmachine
The Man in the High Castle verscheen in 1962 bij Putnam en won in 1963 de Hugo Award voor beste roman. Dick gebruikte dezelfde Wilhelm/Baynes-vertaling uit 1950 als plotmachine. In het Vertex-interview van februari 1974, met Arthur Byron Cover, legt hij het zo uit: als een personage een vraag stelde, wierp Dick zelf de munten, schreef het hexagram op, en dat bepaalde de wending van het verhaal.
Zijn eigen voorbeeld: Juliana Frink overweegt schrijver Hawthorne Abendsen te waarschuwen voor een moordaanslag. Het orakel gaf aan dat ze dat moest doen, en dus gebeurde dat in het boek. In het boek gebruikt Abendsen op zijn beurt de I Tjing om zijn roman-in-de-roman The Grasshopper Lies Heavy te schrijven. Aan het slot raadpleegt Juliana het boek opnieuw en krijgt hexagram 61, 中孚 (Zhong Fu), innerlijke waarheid. Personages lezen dat als aanwijzing dat de wereld van de roman zelf niet de ware werkelijkheid is.
De Chinese Wikipedia-pagina over 高堡奇人 (Gāobǎo qírén) bevestigt dat slothexagram bij naam, onafhankelijk van de Engelstalige bronnen, en noemt Frink, Tagomi en Juliana als personages die de 易经 raadplegen bij belangrijke beslissingen.
Volgens een close reading in Science Fiction Studies van juli 2016 bevat de roman twaalf van die raadplegingen, verweven met de plot. Die analyse stelt dat de I Tjing het werk stilistisch en filosofisch bijeenhoudt. Academische auteurs wijzen er tegelijk op dat Dicks eigen verhalen over hoe letterlijk hij te werk ging, mogelijk deels een self-mythologiserend verhaal zijn geworden dat hij in latere interviews kleurrijker vertelde. Hoe de praktijk tijdens het schrijven zelf verliep, is buiten Dicks getuigenissen niet onafhankelijk te verifiëren.
In maart 2025 verscheen op 中国社会科学网 (Zhōngguó Shèhuì Kēxué Wǎng), het portaal van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen, een artikel onder de titel 古典何以科幻:《易经》与菲利普·迪克的《高堡奇人》. Het bestaan van die titel is bevestigd; de pagina zelf was niet te openen.
Van fascinatie naar afkeer
In 1974, in hetzelfde Vertex-interview, noemde Dick de I Tjing nog een bron van advies dat de concrete situatie overstijgt, en gebruikte hij het als een soort moreel kompas. Hij zei destijds ook dat hij het nooit meer zo intensief zou gebruiken om een heel boek te plotten.
Twee jaar later was de toon gekeerd. In een radio-interview voor Hour 25, in 1976, presentator Mike Hodel, noemde Dick de I Tjing het orakel dat hem meer leugens had verteld dan wie dan ook die hij ooit had gekend, en zei hij dat het een verraderlijk en bedrieglijk karakter heeft. In een interview met Science Fiction Review nr. 19, augustus 1976, interviewer Daniel DePerez, noemde hij het a malicious spirit en an evil book, en zei hij dat hij het niet meer gebruikte. Die afkeer kwam, verklaarde hij, doordat de I Tjing hem bij het einde van The Man in the High Castle in de steek liet: het hielp hem niet de plot af te ronden, wat volgens hem verklaart waarom het slot van het boek zo open is.
Dit is geen tegenspraak tussen bronnen. Het is een gedocumenteerde koerswijziging van Dick zelf, twee jaar uit elkaar. Onze lezing: zet dit naast Cage. Cage wilde dat het boek zijn wil weigerde. Dick wilde dat het antwoordde. Toen het slot openbleef, hoorde Dick een leugen. Cage zou de methode hebben horen werken.
Wat ze er wel en niet mee deden
George Harrison schreef While My Guitar Gently Weeps, opgenomen in 1968 op het White Album, na zijn terugkeer uit India, geïnspireerd door het I Tjing-idee dat niets toeval is. Hij sloeg naar eigen zeggen willekeurig een boek open, zag de woorden gently weeps en begon daarmee het lied. Dit is de best gedocumenteerde I Tjing-connectie bij de Beatles. Van een gewoonte van de band als geheel om het orakel te raadplegen bij beslissingen is geen betrouwbare documentatie gevonden.
Bob Dylan verklaarde in 1965 in een interview met de Chicago Daily News dat er een boek I-Ching bestaat, het enige dat verbazingwekkend waar is, niet alleen voor mij. Op foto's van dezelfde fotosessie voor de hoes van Bringing It All Back Home (1965) is een exemplaar van de Wilhelm/Baynes-vertaling te zien. Een vaak aangehaalde regel over I Tjing-raadpleging in Idiot Wind staat alleen op een bootlegversie. Op de officiële uitgave verving Dylan die regel later door fortune-teller.
Hermann Hesses roman Das Glasperlenspiel (1943) draait om een spel dat mede geïnspireerd is op de I Tjing, via Hesses contact met de vertaling van Richard Wilhelm en de kring rond de Schule der Weisheit, samen met onder anderen C.G. Jung. De Engelse vertaling verscheen eerst als Magister Ludi (1949) en later, herzien, als The Glass Bead Game (1969). Volgens een artikel op Wiley Online Library beleefde Hesse in de jaren 60-70 een derde populariteitsgolf in de Verenigde Staten dankzij de tegencultuur; figuren als Timothy Leary en Andy Warhol droegen bij aan die herontdekking. Dat wordt toegeschreven aan Hesses thema's van zelfontplooiing en Oosterse spiritualiteit in zijn hele oeuvre, niet aan een uitspraak van Hesse zelf over de I Tjing.
Dat wijst erop dat de I Tjing in die jaren niet één praktijk was, maar meerdere. Harrison sloeg een bladzijde open, geïnspireerd door een idee over toeval, niet per se in de I Tjing zelf. Cage wees cellen in tabellen aan. Dick wierp munten voor personages die zelf ook het orakel raadpleegden. Cage en Dick hielden dezelfde Engelse vertaling vast. Ze deden er niet hetzelfde mee.
Cage zette zijn smaak opzij. Dick vroeg om een wending en gaf het orakel later de schuld van het open slot. Harrison las een toevallige bladzijde als teken dat niets toeval is. Dylan noemde het boek verbazingwekkend waar, en een exemplaar is te zien op foto's van de hoezensessie; op de officiële plaat zong hij er niet over. Wat Cage, Dick en Dylan gemeen hadden was, in onze lezing, niet een Chinese leertraditie maar één boek: de Wilhelm/Baynes-vertaling, uitgegeven in de Verenigde Staten. Hesse had een generatie eerder al met Wilhelms Duitse vertaling gewerkt, in de kring van de Schule der Weisheit.
Bronnen
- Music of Changes (Wikipedia), voor de datering van de vier boeken, de opdracht aan Tudor, de tabellen en de nuance dat Cage het klankmateriaal zelf vooraf schreef
- Christian Wolff (Wikipedia), voor het cadeau van de Bollingen-vertaling, Wolffs leeftijd en Pantheon Books
- 新芭网 (sin80.com), pagina over John Cage, voor het muntwerpen, Laozi's 大音希声 en het Chinese frame rond Cage
- John Cage (biroco.com), voor de I Tjing als vaste compositiemethode vanaf 1951
- John Cage: Chance Operations (Seattle Artist League), voor Cage's inzet om smaak en wil opzij te zetten
- artda.cn, pagina over John Cage, voor de lezingen van D.T. Suzuki aan Black Mountain College en het zenbegrip 空
- 音乐'发明'家约翰·凯奇 [De muziekuitvinder John Cage] (这就是历史), voor de 64 muzikale patronen en de eerste aleatorische compositie
- The Man in the High Castle (Wikipedia), voor verschijning, Hugo Award, de roman-in-de-roman en hexagram 61
- 高堡奇人 [The Man in the High Castle] (Chinese Wikipedia), voor de onafhankelijke bevestiging van 中孚 en de raadplegingen door Frink, Tagomi en Juliana
- Vertex Interview with Philip K. Dick, voor de I Tjing als plotmachine, het voorbeeld van Juliana, en Dicks toon in 1974
- Interview with Philip K. Dick (Science Fiction Review), voor de kentering van 1976 en het open slot
- A Talk with Philip K. Dick on Hour 25 (1976), voor het orakel dat meer leugens vertelde dan wie dan ook
- The I Ching and Philip K. Dick's The Man in the High Castle (Science Fiction Studies), voor de twaalf raadplegingen en de waarschuwing over self-mythologisering
- While My Guitar Gently Weeps (Wikipedia), voor Harrisons schrijftruc in 1968
- Bob Dylan (biroco.com), voor het interview van 1965, de foto's van de hoezensessie en de bootlegregel in Idiot Wind
- Artikel op Wiley Online Library (doi:10.1111/gequ.70041), voor Hesses contact met Wilhelm, de Engelse titels en de herontdekking in de jaren zestig