I Tjing Orakel English

I Tjing Orakel Gids Elke vertaling maakt een andere I Tjing

Elke vertaling maakt een andere I Tjing

De vraag welke vertaling van de I Tjing je moet lezen klinkt alsof er ergens één juiste tekst ligt, en alsof de vertaler die alleen in een andere taal zet. Dat is een mythe. Sinds de zijden tekst van Mawangdui in 1973 is teruggevonden, bestaan er meerdere vroege versies, en die wijken van elkaar af. Legge en Wilhelm kenden die vondst niet. Shaughnessy en Pearson baseren zich er mede op. Wie een vertaling kiest, kiest een tekstlaag, een commentaartraditie, en vaak ook een kant in het debat of dit boek primair een oud waarzegboek is of een filosofisch wijsheidsboek.

Richard Rutt, Margaret Pearson en Geoffrey Redmond lezen de tekst als vroeg divinatiemateriaal. De lezing als wijsheidsboek werd dominant via de Tien Vleugels en via Richard Wilhelm. Onder vertalers en gebruikers is dat niet beslecht; de keuze voor een editie hangt er vaak mee samen. Elders op deze site wordt dat geschil uitvoeriger behandeld. Hier gaat het om wat elke vertaling van het boek maakt.

Legge en Wilhelm: twee scholen, één boek

James Legge (理雅各, 1815-1897) woonde bijna dertig jaar in Hongkong, als hoofd van Ying Wa College en predikant van Union Church, voordat hij zich volledig op vertalen toelegde. In 1876 werd hij de eerste hoogleraar Chinees aan Oxford; die leerstoel bekleedde hij tot zijn dood in 1897. Zijn Engelse Yi King verscheen in 1882 als deel 16 van Max Müllers Sacred Books of the East, een reeks van vijftig delen (1879-1891). De editie bevat de kerntekst, de Tien Vleugels en uitgebreide filologische aantekeningen.

Volgens een Chinese vergelijkende studie is Legges aanpak filologisch en verklarend: nauwkeurige overdracht van betekenis, weinig aandacht voor klank en literaire schoonheid van het origineel. Een gangbare karakterisering, onder meer bij sacred-texts.com, noemt de vertaling vooral gewaardeerd door wie een filologisch precieze, wetenschappelijke bron zoekt, en gedateerd in taalgebruik voor de gewone lezer van nu.

Richard Wilhelms Duitse I Ging verscheen in 1924, na jaren als zendeling in Qingdao. Cary F. Baynes, sinds 1921 naaste medewerker van C.G. Jung in Zürich, begon in 1929 aan de Engelse vertaling van die Duitse tekst. Die verscheen in 1950 bij Pantheon Books en de Bollingen Foundation, met een voorwoord van Jung. Wilhelm vertaalde dus niet naar het Engels. Engelstalige lezers van de klassieker lezen een vertaling van een vertaling.

Volgens Online Clarity is Wilhelm/Baynes de meest verkochte en invloedrijkste Engelstalige editie geworden, mede dankzij dat voorwoord, en geldt ze bij veel gebruikers nog als standaardwerk. Westerse gebruikersfora prijzen vooral toegankelijkheid en invloed. Chinese vertaalwetenschappers zijn kritischer: de tekst is volgens hen ingekleurd met Wilhelms christelijk-humanistische en Jungiaanse kader, en wijkt af van hoe Chinese geleerden de tekst lezen.

Wat Chinese vertaalwetenschap ziet

De vergelijkende studie 理雅各和卫礼贤英译《易》学比较研究 plaatst Legge en Wilhelm uitdrukkelijk tegenover elkaar. Volgens een samenvatting van die studie vond Jung Wilhelms Duitse vertaling veel juister dan Legges Engelse, en zette hij zich mede daarom in om Wilhelms tekst via Baynes in het Engels te krijgen. Dat detail is alleen via een zoeksamenvatting bekend, niet uit de volledige brontekst, en hoort met die reserve gelezen te worden. Wat vaststaat is de tegenstelling zelf: twee westerse scholen, door Chinese vertaalwetenschap als paar behandeld.

Leg je dit naast de westerse reputatie van Wilhelm/Baynes als standaardwerk, dan valt op dat die standaard een feit van westerse ontvangst is, geen Chinees vonnis. Onze lezing: de bekendste Engelse I Tjing is bekend omdat Jung en de Bollingen Foundation haar de Atlantische oversteek bezorgden, niet omdat Chinese commentaartradities haar als getrouwe weergave erkennen.

Chinese overzichten noemen bovendien namen die in gangbare westerse lijsten zelden voorkomen. Het platform 中华思想文化术语传播网 noemt naast Legge en Wilhelm de Amerikaanse natuurkundige 黄克逊 (Kerson Huang), die in 1984 een eigen Yijing-vertaling publiceerde.

傅惠生 (Fu Huisheng), hoogleraar aan de East China Normal University, publiceerde in 2008 een Engelse Zhouyi. Een Chinees vertaalwetenschappelijk artikel analyseert die editie als resultaat van tweetraps culturele filtering: eerst van klassiek Chinees naar modern Chinees, dan pas naar het Engels, met extra historische uitleg voor westerse lezers. De vertaling verscheen in de door de Chinese overheid gesteunde tweetalige reeks 大中华文库 (Library of Chinese Classics). Dat overheidspatronaat gaf volgens het artikel extra autoriteit en strenge redactionele controle; de toon van die bron is op dit punt licht promotioneel.

Dat wijst erop dat ook een Chinese Engelse Yijing een gefilterd object is. Het verschil zit in de tussenlaag. Bij Wilhelm/Baynes is die tussenlaag Duits, christelijk-humanistisch en Jungiaans. Bij Fu Huisheng is ze modern Chinees, historisch toelichtend, en door een staatsreeks geredigeerd.

汪榕培 (Wang Rongpei, 1942-2017), jarenlang rector van de Dalian University of Foreign Languages, liet volgens een necrologie van de 中国翻译协会 (Zhongguo Fanyi Xiehui) onder een omvangrijk oeuvre ook een Engelse Yijing/易经 na, naast de Laozi, de Shijing en de Zhuangzi. Jaar, uitgeverij en reeks van die Yijing-vertaling noemt die necrologie niet.

Na 1990: de tekst valt in lagen uiteen

John Blofeld (1913-1987) publiceerde in 1968 bij Routledge I Ching: The Book of Change. Hij woonde tussen 1932 en 1939 lange tijd in Hongkong en China, onder meer in Tianjin, Peking en Zuid-China, en ontving chan-training van leerlingen van Hsu Yun. De ondertitel noemt detailed instructions for its practical use in divination. In gangbare lezersbeschrijvingen is zijn Engels toegankelijker dan dat van Legge of Wilhelm/Baynes, en is de editie bedoeld voor wie het orakel praktisch wil gebruiken zonder wetenschappelijk apparaat.

Naar onze indruk blijft Wilhelm/Baynes daarna lang de vanzelfsprekende Engelse tekst. Tussen 1994 en 1997 verschijnen vier grote edities die elk een ander boek presenteren.

Rudolf Ritsema en Stephen Karcher publiceerden in 1994 bij Element Books I Ching: The Classic Chinese Oracle of Change, volgens de Eranos Foundation de eerste volledige vertaling met concordantie. Een provisorische versie was in 1992 al verschenen als The Eranos Yi Ching or Chou Yi. Het werk bouwt volgens dezelfde stichting voort op vijftig jaar studie door Ritsema in de Eranos-kring, waar ook Jung actief was. Recensenten, aangehaald via Online Clarity, noemen de associatieve, psychologisch-symbolische aanpak met een eigen woordenschat per hexagramkarakter uniquely liberating, en tegelijk ver af van een letterlijke, filologische vertaling.

In december 1994 verscheen bij Columbia University Press Richard John Lynns The Classic of Changes, 602 pagina's: de eerste Engelse vertaling die het commentaar van Wang Bi (226-249) volledig meeneemt. Wang Bi's lezing van de tekst als moreel-politieke wijsheid domineerde de Chinese interpretatie zo'n zeven eeuwen. Lynn koos bewust pinyin in plaats van Wade-Giles. Online Clarity beveelt deze editie aan gevorderde lezers aan die de traditionele Chinese interpretatiegeschiedenis willen begrijpen, niet aan wie snel een praktisch orakel zoekt.

Edward L. Shaughnessy (夏含夷) publiceerde in 1996 bij Ballantine I Ching: The Classic of Changes, de eerste Engelse vertaling van de in 1973 bij Mawangdui teruggevonden, in 168 v.Chr. begraven zijden Yijing. Die tekst heeft een andere hexagramvolgorde, bevat onbekende commentaren en wijkt op woordniveau regelmatig af van de ontvangen tekst. Een Chinees artikel over Shaughnessy's voorwoord bevestigt dat uitgever Owen Lock van Ballantine hem uitnodigde tijdens een sabbatical aan de University of Chicago in 1993-1994, kort nadat de zijden tekst eindelijk was gepubliceerd. In 2014 vroeg sinoloog 裘锡圭 (Qiu Xigui) hem, in het kader van het Chinese overheidsproject 2011 Plan, een boek te schrijven dat veertig jaar Zhouyi-onderzoek samenvat. De Mawangdui-vertaling is, in de karakterisering van onder meer biroco.com, relevant voor de vroegste archeologisch gestaafde tekstgeschiedenis, niet voor wie het orakel wil raadplegen.

Richard Rutts Zhouyi verscheen bij Routledge; de eerste druk is gedateerd 1996, het copyright 1997. De uitgever presenteert de Zhouyi als a royal divination manual of the Zhou state, los van latere confucianistische commentaartradities. Volgens de uitgever is het de eerste vertaling die de originele Chinese rijmpatronen in het Engels probeert te laten rijmen. Online Clarity beveelt haar aan wie de oudste laag vóór de latere filosofische duidingen wil lezen.

Leg je deze vier boeken naast elkaar, dan valt op dat de jaren negentig de I Tjing niet hebben vervangen door één betere Wilhelm, maar hebben opgesplitst in minstens vier objecten: een Jungiaans-associatieve orakeltekst, een Wang Bi-traktaat, een zijden manuscript uit een graf van 168 v.Chr., en een rijmend bronstijddocument. Wie na 1996 de I Tjing zoekt, zoekt in een veld dat die eenheid heeft laten vallen.

John Minford (闵福德, geboren 22 juni 1946 in Birmingham) werkte circa twaalf jaar aan I Ching: The Essential Translation of the Ancient Chinese Oracle and Book of Wisdom, verschenen in 2014 als ebook en in 2015 als paperback bij Viking/Penguin Classics, 928 pagina's. Hij was onder meer hoogleraar Chinees in Auckland en aan de Australian National University; zijn schoonvader David Hawkes, vertaler van Hongloumeng/The Story of the Stone, was een belangrijke leermeester. De Chinese Wikipedia bevestigt ook Minfords Daodejing-vertaling (2018) en zijn aandeel in The Story of the Stone (1982-1986). Hij ontving voor de I Ching de Medal for Excellence in Translation van de Australian Academy of the Humanities. Volgens de uitgever verwerkt de vertaling recente archeologische vondsten en bevat ze een apart hoofdstuk met de 64 hexagrammen als codex van divinatietekens. Gangbare karakterisering: voor wie wijsheidslaag en orakelfunctie beide serieus wil nemen.

David Hintons I Ching: The Book of Change verscheen in 2015 bij Farrar, Straus and Giroux, 160 pagina's. Hij vertaalt volgens zijn eigen toelichting bewust alleen de oudste tekstlaag en laat het commentaarapparaat weg, om de tekst als poëtisch-filosofisch werk te laten spreken, vergelijkbaar met zijn Tao Te Ching, niet als praktisch orakel of studie-editie. Geoffrey Redmonds The I Ching (Book of Changes): A Critical Translation of the Ancient Text verscheen in 2017 bij Bloomsbury Academic. Hij benadert de tekst volgens de boekpresentatie als een pre-axiaal, niet-filosofisch waarzegboek, seculier en kritisch maar niet vijandig. In 2024 volgde Reading the I Ching, eveneens bij Bloomsbury. Gangbare karakterisering: nuchter historisch-kritisch, zonder de esoterische lading van Karcher/Ritsema.

Margaret J. Pearsons The Original I Ching verscheen in 2011 bij Tuttle Publishing, 256 pagina's. Ze baseert zich volgens de uitgever op de vroege Zhou-tekst, historisch gebruiksonderzoek en actueel archeologisch onderzoek, en probeert jongere commentaarlagen weg te filteren. Ze studeerde bij Hellmut Wilhelm, de zoon van Richard Wilhelm, en vervangt the superior man door you should. Online Clarity noemt de vertaling gentle, reflective and very usable. Leg je haar leerlingschap bij Hellmut Wilhelm naast haar poging latere commentaarlagen weg te filteren, dan valt op dat zelfs iemand uit de Wilhelm-lijn de klassieker niet meer als vanzelfsprekende tekstlaag neemt.

Dat wijst erop dat omvang hier een stelling is: Hinton past de oudste laag in 160 pagina's; Minford heeft twaalf jaar en 928 pagina's nodig om wijsheid en orakel bijeen te houden.

In 2023 verscheen volgens Online Clarity bij North Atlantic Books Benebell Wens I Ching, the Oracle, met culturele en historische aantekeningen, die de tekst nadrukkelijk terugplaatst in haar sjamanistische oorsprong.

De Nederlandse plank

De Nederlandse Wilhelm verscheen voor het eerst in 1953, vertaald door A. Hochberg-van Wallinga; de twintigste druk (2006) is van Ankh-Hermes in Deventer. Dit is nog altijd de meest verkochte Nederlandse editie. In 2016 verscheen volgens i-tjing.info een herziene uitgave, met Harmen Mesker als eindredacteur en annotator naast Hochberg-van Wallinga. Mesker, oprichter van het Yijing Research Center, bestudeert de Yijing al zo'n dertig jaar en werkt met de oorspronkelijke Chinese teksten en het Chinese schrift, in plaats van via westerse tussenvertalingen.

De meeste andere Nederlandstalige edities zijn bewerkingen of doorvertalingen. Sam Reiflers Engelse I Ching verscheen volgens de Nederlandse Wikipedia in 1980 bij Ankh-Hermes, vertaald door Karel Lorteije, toegankelijker geschreven dan de Wilhelm-editie. Alfred Huangs The Complete I Ching (1998) kwam in 2000 bij Altamira-Becht in Haarlem, vertaald door Marc van der Meer. Han Boering publiceerde in 2001 bij Servire/Juwelenschip een eigen bewerking vanuit het Chinees, met commentaren; in 2011 verscheen een vierde druk. Peter ten Hoopen bewerkte Legge in 1971 bij Bert Bakker in Amsterdam.

Een volledig onafhankelijke, moderne Nederlandse vertaling rechtstreeks uit het Chinees, los van de Wilhelm-traditie, is in de geraadpleegde bronnen niet bevestigd. Han Boerings bewerking en Meskers annotaties werken wel met Chinees materiaal, maar de plank in de boekhandel blijft Wilhelm. Dat wijst erop dat de Nederlandstalige lezer vaak dezelfde keten meedraagt als de Engelse Wilhelm-lezer: Chinees, dan Duits, dan de eigen taal. Legge is via Ten Hoopen indirect aanwezig.

Een keuze is een lezing

Onze lezing: onderstaande verdeling is geen smaakwijzer. Elke titel beantwoordt de omstreden vraag wat de I Tjing is door de tekst een andere leeftijd, een ander commentaar en een andere lezer te geven. De vertaling die je openslaat, is al een stelling. Volgens de gebruikelijke karakteriseringen, onder meer bij Online Clarity, is de verdeling ongeveer deze.

Er is geen oorspronkelijke I Tjing waar al deze boeken naar teruggaan. Er zijn vertalingen, en elke vertaling heeft al gekozen.

Bronnen

Het oude ritueel Werp de duizendbladstelen Stel je vraag en bouw je hexagram lijn voor lijn op, met de klassieke kansverdeling.

Verder lezen

Terug naar de gids