Hexagram 43
De Doorbraak
夬Guài
☱ Meer boven, ☰ Hemel onder
Het meer is tot boven de hemel gestegen, hoger dan water zich houden kan: uit die overvolle spanning, vlak voor het losbarsten, ontstaat de doorbraak die geen uitstel meer duldt.
Het OordeelDe doorbraak: vastberaden moet men het aan het hof van de koning bekendmaken; naar waarheid moet het verkondigd worden. Gevaar: het is nodig de eigen stad in te lichten. Het loont niet naar de wapens te grijpen; het loont iets te ondernemen. Het laatste kwaad wijkt niet voor geweld maar voor openbaarheid.
Het BeeldHet meer is opgestegen tot de hemel: het beeld van de doorbraak. Zo deelt de edele rijkdom naar beneden uit en vermijdt het te rusten op zijn deugd. Water zo hoog verzameld, moet vallen: wie in tijden van doorbraak oppot (bezit of morele zelfvoldaanheid), roept de wolkbreuk over zichzelf af. Laat het stromen vóór het barst.
DuidingHet laatste kwaad moet worden opgeruimd: vijf sterke lijnen dringen op tegen één zwakke bovenin, de misstand die iedereen kent maar niemand benoemt. Het verschijnt bij het patroon dat telkens overschreden wordt, de wantoestand die 'nu eenmaal zo is', de gewoonte die je lichaam ondermijnt, de laatste leugen in een verder gezond geheel. De methode is even precies als het gevaar groot: maak het openbaar, waarheidsgetrouw, aan het hof van de koning (waar het gezag zit) én in de eigen stad (begin bij je eigen aandeel en je eigen kring). En grijp niet naar wapens: wie het kwaad met zijn eigen middelen bestrijdt, wordt zijn opvolger. Doorbraak is geen veldslag maar een bekendmaking; het duister sterft aan licht, niet aan geweld.
Plaats in de reeksGroei die aanhoudt, stuwt zich vast tegen wat haar nog tegenhoudt en moet dan doorbreken. Daarom volgt op 42, De Vermeerdering, de doorbraak. Het vormt een paar met 44 · Het Tegemoetkomen.
Kernhexagram
Het kernhexagram van De Doorbraak is 1 · Het Scheppende: Oerkracht die wil scheppen: alles slaagt voor wie volhardt in wat recht is, want succes is hier geen kwestie van geluk maar van duur. Het wordt gevormd uit de binnenste lijnen en toont de verborgen kern van de situatie.
De zes lijnen
Deze teksten horen bij veranderende lijnen in een lezing, van onder naar boven.
Negen aan het begin
Machtig in de voorwaarts schrijdende tenen:
gaat men heen en is men niet opgewassen, dan begaat men een fout. De kracht zit alweer in de tenen: meteen aanvallen, nu, hard. Maar bij het opruimen van een groot kwaad is een mislukte eerste stoot erger dan een late: hij waarschuwt de tegenstander, verbrandt je krediet en sleept de twijfelaars terug. Meet eerst eerlijk of je het aankunt: bewijs, bondgenoten, uithoudingsvermogen. De vraag is niet of je durft, maar of je draagt.
Negen op de tweede plaats
Alarmroep: 's avonds en 's nachts wapens; vrees niets. Waakzaamheid is de beste wapenrusting: wie ook in de avond gewapend en bezonnen is, hoeft niets te vrezen, want hij kan niet overvallen worden. Sla gerust alarm als het nodig is, maar zorg dat je eigen verdediging op orde is vóór je de strijd aanzegt: back-ups, bondgenoten, een schoon eigen geweten. Angst is een teken van onvoorbereidheid; voorbereidheid is het einde van de angst. Bereid je zo voor dat je rustig kunt slapen naast de storm.
Negen op de derde plaats
Machtig zijn in de jukbeenderen brengt onheil.
De edele is vastbesloten: hij wandelt alleen en komt in de regen; hij wordt bespat en men mort tegen hem: geen blaam. Toon je vastberadenheid niet op je gezicht: wie zijn strijdplan in zijn kaken draagt, waarschuwt het kwaad en oogst de aanval. Soms vraagt de doorbraak een eenzame omweg: schijnbaar meelopen met de verkeerden, bespat worden, het gemor van je eigen mensen verdragen, om het kwaad van binnenuit te kunnen keren. Dat is een zware rol: iedereen twijfelt aan je behalve jijzelf. Draag het misverstand; het vuil wast er weer af, en de tijd legt alles uit.
Negen op de vierde plaats
Aan de dijen geen huid, en het gaan valt zwaar.
Liet men zich leiden als een schaap, dan zou het berouw verdwijnen; maar hoort men deze woorden, dan gelooft men ze niet. Rusteloos doordrammen heeft je stukgeschuurd: geen huid meer op de dijen, en toch wil je door. Er ís een uitweg: je laten leiden, meegaan als een schaap, even niet zelf sturen. Maar precies dat is voor jou onverteerbaar, en het orakel weet het: je hoort deze woorden en gelooft ze niet. Eigenwijsheid vermomd als daadkracht is hier de eigenlijke vijand. Lees deze regel twee keer.
Negen op de vijfde plaatsheersende lijn
Bij het onkruid is vastberadenheid nodig:
in het midden wandelen blijft vrij van blaam. Het kwaad van deze fase is geen draak maar onkruid: postelein, taai, laag bij de grond, en het groeit terug terwijl je wegkijkt. Ertegen past geen veldtocht maar tuinmanswerk: telkens weer wieden, vastberaden en zonder verbetenheid. Wie fanatiek wordt, beschadigt de moestuin; wie laks wordt, verliest hem. Het midden houden tussen die twee, seizoen na seizoen: dat is hier de hele kunst, en ze is zwaarder dan één heldendaad.
Zes bovenaan
Geen roep: uiteindelijk komt onheil. De doorbraak lijkt voltooid: het kwaad is verslagen, de opluchting algemeen, de waakzaamheid ingeslapen. En precies daar, in de stilte na de overwinning, overleeft de rest: het laatste restje misstand waar niemand meer op let, groeit rustig terug. De laatste tien procent van elke schoonmaak bepaalt of de eerste negentig zin hadden. Vier niet te vroeg, controleer de hoeken, en maak het einde af: onvoltooide doorbraken zijn de zaadjes van de volgende ronde.